Cornelis Calkoen, Rijksmuseum objectnummer RP-T-2010-57Cornelis Calkoen, Rijksmuseum objectnummer SK-A-1996Cornelis Calkoen (1696-1764) was ambassadeur voor de Republiek der Verenigde Nederlanden in Constantinopel van 1726 tot 1744. 

Calkoen kwam uit een Amsterdamse regentenfamilie en had het ambassadeurschap voornamelijk te danken aan de inspanningen van een familielid, de burgemeester van Amsterdam, Jan Six.

Waarom Calkoen solliciteerde naar het ambassadeurschap in het Ottomaanse Rijk is niet bekend, maar de commerciële belangen van de familie zullen hoogstwaarschijnlijk hebben meegespeeld. Ook de betrekkelijke onafhankelijkheid van het ambassadeurschap in Constantinopel zullen Calkoen hebben aangetrokken.

In September 1726 vertrok Calkoen naar Istanbul en kwam daar pas na een moeizame reis van 7 maanden in mei 1727 aan. Hij kon niet meteen zijn intrek nemen in het Palais de Hollande. De hoge schulden die zijn voorganger Jacobus Colyer had achtergelaten, hadden diens weduwe gedwongen delen van het Palais te verhuren aan de Engelse gezant. De Oostenrijkse gezant boodt Calkoen tijdelijk onderdak aan.

De vrijgezel Calkoen leefde net als zijn voorganger, Cornelis Haga, een weelderig bestaan in het Palais de Hollande in Istanbul. Hij stond bekend als rokkenjager. Zijn beeldschone geliefde Beyaz Gül - Turks voor Witte Roos - was een levende legende. Toen Calkoen werd overgeplaatst naar Dresden, stierf Beyaz Gül aan een gebroken hart. Het verhaal gaat dat haar geest nog altijd door het Palais de Hollande doolt.

Foto 1:  Portret van Cornelis Calkoen (1696-1764), Jean-Etienne Liotard, datering 1738-1742, te zien in het Rijksmuseum (objectnummer RP-T-2010-57).
Foto 2: Portret van Cornelis Calkoen (1696-1764). Ambassadeur bij de Hoge Porte te Constantinopel, anoniem, datering 1725-1737, te zien in het Rijksmuseum (objectnummer SK-A-1996).