Frederik Gijsbert baron van Dedem (1743-1820) werd geboren in het Overijsselse Wijhe. Hij was een diplomaat en werkte van 1785 tot 1820 in Constantinopel als Nederlands ambassadeur aan het Osmaanse Rijk.

Hij erfde de hofstede De Gelder, al sinds 1683 het eigendom was van de familie Van Dedem. Uit zijn huwelijk met Adriana Johanna Sloet, vrouwe van Lindenhorst, werd een dochter geboren, jonkvrouwe Johanna Philippina Hermanna van Dedem (1772-1860,) en een zoon, jonkheer Anthony Boldewijn Gijsbert van Dedem Van den Gelder.

Hij kweet zich met overgave van zijn taak als ambassadeur onder vier achtereenvolgende sultans in een tijd van oorlogen tussen Frankrijk, Rusland, Engeland en Oostenrijk en onrust in Turkije. De pest greep om zich heen en ook brandde tijdens een stadsbrand Van Dedems huis volledig uit. Intussen werd in Nederland eerst de Bataafsche Republiek en vervolgens het Koninkrijk der Nederlanden ingesteld.

Als ambassadeur onderhield Van Dedem een omvangrijke, gecodeerde correspondentie met de directie van de Levantse Handel, de Staten-Generaal, de griffier en de raadpensionaris. Hij schreef ambtelijke brieven aan Den Haag over de politieke relaties met het Ottomaaanse Rijk en over zijn pogingen om de Nederlandse zeevaart te ontdoen van de mestaria, een Turkse belastingmaatregel die de vrije vaart op de Zwarte Zee belemmerde.

Drie maal onderbrak Van Dedem zijn verblijf in Constantinopel. Van 1793 tot 1795 was met op verlof in Nederland, toen de Bataafse Republiek ontstond en stadhouder Willem V naar Engeland vluchtte. In 1800 verklaarde de Engelse ambassadeur hem tot persona non grata in Constantinopel. Van de sultan mocht hij echter zijn ambt blijven uitoefenen in Boekarest, de toenmalige hoofdstad van de Ottomaanse vazalstaat Walachije.

Ook van 1803 tot 1807 verbleef hij in Nederland, waarna hij nog een laatste keer naar Constantinopel terugkeerde. In december 1808 vertrok hij voorgoed uit Constantinopel. Nederland werd toen bestuurd door de Franse koning Lodewijk Napoleon en vervolgens door diens broer Napoleon Bonaparte ingelijfd bij Frankrijk. Van Dedem werd aangesteld als senator in Parijs en kreeg de titel comte de l’Empire.

In 1813 keerde hij terug in Wijhe, waar hij een jaar later werd benoemd in de ridderschap van Overijssel. Zo werd hij lid van de Nederlandse adel en verwierf hij de titel van jonkheer. Hij overleed op 3 maart 1820.

 

Foto: Portret van Frederik Gijsbert van Dedem, geschilderd door Adriaen Thim.