Jacobus Colyer (1657-1725) werd geboren in Den Haag. Toen zijn vader tien jaar later een aanstelling kreeg als gezant aan het Turkse hof, verhuisde het gezin naar Istanbul, ook Constantinopel genoemd. Zijn vader stelde hem in 1682 aan als schatbewaarder en secretaris van de ambassade van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In 1688 werd Colyer gezant (ambassadeur).

Colyer had als taak de Franse invloed tegen te gaan en vredesonderhan­de­lingen te bewerkstelligen tussen keizer Leopold I van Oostenrijk en Turkije. Aangezien hij beter Turks sprak dan menig andere ambassadeur en goed bekend was met de Turkse cultuur, genoot hij populariteit onder de Turken. Bemoeienis van Colyer en bemiddeling van de Republiek en van Engeland leidden in 1699 tot de Vrede van Karlowitz. Dit verdrag betekende het officiële einde van de Grote Turkse Oorlog van 1683-1699 die de Turken verloren.

Het verdrag leverde Colyer de titel op van graaf van Hongarije en van het Heilige Roomse Rijk. In 1713 trouwde Colyer met Catharina de Bourg. In 1714 gaf hij opdracht voor de bouw van het Palais de Hollande.

Colyer bemiddelde ook ten behoeve van de vrede tussen Rusland en Turkije in 1712 en de vrede van Passarowitz in 1718 na Turkse nederlagen tegen Oostenrijk. Na afloop van die conferentie werd hij ernstig ziek. Hij stelde Pieter de la Fontaine, zoon van zijn zuster, aan als schatbewaarder en secretaris. In maart 1725 overleed Jacobus Colyer op de voor die tijd hoge leeftijd van 68 jaar.